Geelen Beton Geelen Beton Geelen Beton Geelen Beton Geelen Beton Geelen Beton

Verwerkingsvoorschriften Ribbenvloeren

Oplegging

De ontwerpopleglengte is in het legplan aangegeven. De oplegging van de vloer moet vlak en strak zijn. Het bovenvlak van een tussensteunpunt mag na afwerking niet meer dan 5 mm onder een rechte lijn door de eindopleggingen liggen. De ribbenvloer moet rondom volledig aansluiten op de opleggingen. Eventuele ruimte tussen de oplegnokken in de elementen en de oplegging dient star opgevuld te worden. Indien noodzakelijk vanwege bouwfysische eisen wordt voor de oplegging een akoestisch verend materiaal in de nokken gestort.

Hijsen, opslag en transport

 Let op ! Zie ook VT Gids, zoals uitgegeven door VVT (vereniging Verticaal Transport).
Het is verboden voor personen om zich onder de last te begeven, zie ook VT-gids en maatregelen hiervoor.

Hijsen, opslag en transport mogen geen beschadiging en/of scheurvorming veroorzaken. Hijsen en leggen gebeuren uitsluitend met goedgekeurd materiaal en onder de volledige verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. De elementen zijn voorzien van hijshaken ter plaatse van de ribben en kunnen direct van de wagen op de bouw worden gelegd. De lengte van de kabels van de viersprong dient minimaal gelijk te zijn aan de afstand tussen de hijspunten. Hierbij is de hoek tussen het element en de kabel minimaal 60°. Zorg bij tussenopslag op het werk voor stapeling op een vlakke en draagkrachtige ondergrond, met stophout overeenkomstig de belading. De platen mogen niet direct op de grond liggen. Opslag geschiedt onder de volledige verantwoordelijkheid van de opdrachtgever.

Voegvulling

De water-cementfactor moet zodanig zijn dat de mortel niet tussen de elementen door lekt. Zo nodig de voegen vooraf reinigen en met water bevochtigen. De voegen en stortstroken tussen de vloerelementen worden volledig gevuld met beton of zandcementmortel met de volgende eigenschappen:

  • sterkteklasse groter of gelijk aan C12/15;
  • grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal kleiner of gelijk aan 8 mm;
  • grind, zand en cement voldoen aan NEN 5905 en NEN 3550.


Geelen Beton adviseert om bij extreme weersomstandigheden geen voegen te vullen. Nabehandeling, nathouden, afdekken, etc. volgens de voorschriften. Bij lage buitentemperatuur en vorst zijn de maatregelen als genoemd in 9.4.4 van NEN 7622 eveneens van toepassing op de voegvulling.

Constructieve druklaag

Wanneer de vloeren worden uitgevoerd als samengestelde plaat volgens 8.2.5 van NEN 6720, moet de constructieve druklaag ten minste 40 mm dik zijn. Geelen Beton adviseert een minimale druklaag van 50 mm dikte, aan te brengen op een schone en vochtige ondergrond. Het oppervlak van de elementen behoeft geen speciale voorbehandeling, zoals het wegspuiten van de (gladde) bovenlaag. Aanbranden van de vloer zorgt voor een goede aanhechting. Gelijkmatig storten voorkomt opeenhoping van betonspecie.

De betonmortel van de constructieve druklaag moet voldoen aan:

  • de voor de betreffende toepassing overeengekomen milieuklasse volgens 4.3.1 van NEN 5950;
  • een sterkteklasse van tenminste C20/25 volgens NEN 5950;
  • een grootste korrelafmeting van het grove toeslagmateriaal kleiner dan of gelijk aan 16 mm.


Druklagen dikker dan 50 mm vereisen wapening met een fijnmazig wapeningsnet bestaande uit staven met een kenmiddellijn van minstens 5 mm en een hart-op-hart afstand van 250 mm (staalkwaliteit FeB 500) of gelijkwaardig. Geelen Beton adviseert om deze wapening bij druklagen altijd toe te passen.

Afwerklaag/cementdekvloer

Uitvoering conform aanbrengen constructieve druklaag.

Tegelvloeren

Bij toepassing van tegelvloeren en afwerkingen van steenachtige materialen op de ribbenvloer adviseert Geelen Beton een constructieve druklaag met fijnmazig wapeningsnet. Dit om de kans op scheurvorming te minimaliseren.

Sparingen

In het werk mogen in de spiegel op verantwoorde wijze sparingen worden gemaakt met een maximale afmeting van 150 x 150 mm, zonder aanvullende voorzieningen. De ribben zorgen voor de draagkracht van de vloer en mogen daarom niet worden beschadigd of doorboord. In de ribben kunnen geen sparingen worden aangebracht. Zo nodig kunnen tegen meerprijs extra ribben worden voorzien in de elementen.

Opperen kalkzandsteen lijmelementen

Wanneer er kalkzandstenen lijmelementen op de vloer komen, gelden de volgende richtlijnen:

  • voegvullingen en stortstroken volledig uitgehard;
  • Indien op de ribbenvloer geopperd wordt dient dit zoveel mogelijk gespreid over de lengte van de gehele vloer te gebeuren op circa 1.00 m¹ uit de oplegging.
  • geen complete pallets met lijmwerk op de vloer plaatsen;


Ribbenvloer

Onderstempeling bovenliggende vloer

Wanneer op de ribbenvloer montagejukken komen voor het storten van breedplaatvloeren, zijn er baddingen nodig onder de stempels, haaks op de overspanningsrichting van de platen. Er wordt rekening gehouden met de stortbelasting van maximaal één bovenliggende vloer. Bij meer bouwlagen moet de vloer boven de ribbenvloer zijn eigen gewicht volledig kunnen afdragen alvorens een volgende laag te storten. Het stellen van de zeeg gebeurt met rekenschap van extra zakking van de ribbenvloeren als gevolg van de stortbelasting. Deze extra zakking wordt door Geelen Beton beperkt tot ca. 2 mm¹/m overspanning.

bij ankerloze spouwmuren maximaal 900 kg/m aan beide zijden op maximaal 0,90 m;

bij massieve bouwmuren maximaal 1600 kg/m¹ aan één zijde op maximaal 0,90 m.

Deel deze pagina


Website ontwikkeld door: Go Gurus! interactive media

Ribbenvloeren